Contenu
Doel
Je leert nagerechten bereiden en afwerken, zodat gasten de maaltijd goed kunnen afsluiten.
Uitgebreide beschrijving
Nagerechten vragen precisie. Veel nagerechten zijn koud, of een combinatie van warm en koud. Denk aan crèmes, ijs, fruit, gebak of sauzen. De structuur is belangrijk: niet te slap, niet te hard, niet te zoet. Ook presentatie is belangrijk, want nagerechten zijn vaak klein en moeten er mooi uitzien.
Je werkt volgens recept. Je meet en weegt precies. Je let op hygiëne, vooral bij zuivel en ei. Je gebruikt schone materialen en je bewaakt temperatuur. Je maakt onderdelen op tijd: sommige moeten opstijven of koelen.
In service werk je snel en netjes. Je bouwt het bord op met vaste componenten. Je houdt ijs zo lang mogelijk in de vriezer en je zet het pas laat op het bord. Je controleert elk bord op netheid en je geeft het direct uit.