Doel van de activiteit
Het doel van HACCP is dat je veilig met eten en drinken werkt. Je leert risico’s zien en je leert fouten voorkomen. Zo worden gasten niet ziek en blijft het werk schoon en veilig.
Uitgebreide beschrijving van de activiteit
HACCP is een manier van werken waarmee je zorgt dat eten en drinken veilig blijft. In de horeca moet je kunnen laten zien dat je voedselveilig werkt. Dat gaat niet alleen over netjes werken. Het gaat ook over plannen, controleren en steeds goed opletten. Je werkt stap voor stap. Je kijkt waar het mis kan gaan. Daarna neem je maatregelen om dat te voorkomen.
In een HACCP-training leer je daarom eerst de basis: waarom voedselveiligheid zo belangrijk is. Je leert ook werken met de Hygiënecode voor de Horeca. In die hygiënecode staan basisregels voor het bedrijf en regels voor de processen in de keuken en bij de bar. Je leert wat er van je werkplek wordt verwacht, zoals inrichtingseisen en werken met duidelijke afspraken en instructies.
Daarna ga je dieper in op de belangrijkste risico’s. Een groot risico is temperatuur. Als iets te warm staat of te langzaam afkoelt, kunnen bacteriën sneller groeien. Daarom leer je hoe je koelen, bewaren, opwarmen en warmhouden goed doet. Ook leer je waarom schoonmaak zo belangrijk is en hoe je schoonmaak slim organiseert. Dan maak je afspraken: wat maak je schoon, hoe vaak, met welke middelen, en hoe controleer je dat het goed is gedaan.
Een ander risico is kruisbesmetting. Dat gebeurt als rauw en gaar eten met elkaar in contact komen, of als je met dezelfde handen, messen of planken werkt zonder schoon te maken. Daarom leer je werken met aparte materialen, goede volgorde in je werk, en hygiënisch handelen. Persoonlijke hygiëne hoort daar ook bij. Denk aan schone werkkleding, handen wassen op de juiste momenten en netjes omgaan met wondjes.
Je leert ook over afval en ongedierte. Afval kan zorgen voor stank en trekt plaagdieren aan. Plaagdieren brengen risico’s voor voedselveiligheid. Daarom leer je afval goed scheiden, op tijd wegbrengen en de werkplek netjes houden. Je leert ook waar je op let bij signalen van ongedierte en wat je dan doet.
Tot slot oefen je de processtappen: inkoop, opslag, bereiden en presenteren. Je leert waar je op let bij levering, hoe je producten opslaat, hoe je houdbaarheid bewaakt en hoe je veilig werkt met risicovolle producten. In veel trainingen sluit je af met een toets met meerkeuzevragen, zodat je kunt aantonen dat je de kennis kent en in de praktijk kunt toepassen.